En hoe die vraag ons klein houdt terwijl we verlangen naar echte liefde.
“Ben ik te veel?”
Ik heb die vraag vaker gevoeld dan ik me misschien wil toegeven.
Te direct.
Te gevoelig.
Te uitgesproken.
Te aanwezig.
Te intens.
En weet je wat ik dan deed? Ik paste me aan. Ik lachte iets zachter. Ik stelde een vraag minder. Ik temperde mijn enthousiasme. Ik maakte mezelf kleiner — want stel dat iemand me echt zou zien… en weg zou lopen?
Maar hoe meer ik coach, hoe vaker ik zie dat ik niet de enige ben. Die vraag leeft bij zóveel vrouwen (en mannen trouwens ook). En meestal komt ze voort uit een diep verlangen: om erbij te horen. Geaccepteerd te worden. Geliefd te zijn. Maar… ten koste van jezelf.
Je bent niet te veel. Je bent gewoon op de verkeerde plek.
Ik denk dan aan het gedicht van Ev Yan Whitney: “The Too Much Woman”.
Zij schrijft:
En ik voel dan:
Wat als het niet aan mij lag, maar aan de plek waar ik mezelf probeerde te verstoppen?
Wat als jij niet ‘te veel’ bent, maar gewoon nog niet bij iemand bent die je hele zijn kan ontvangen?
Wat er écht onder die ‘te veel’-vraag zit
In systemisch werk kijken we naar de oorsprong. Vaak ligt er een oud patroon onder:
→ Als kind was je gevoelig, maar kreeg je te horen dat je niet zo moest aanstellen.
→ Je enthousiasme werd ‘druk’ genoemd.
→ Je werd beloond als je je aanpaste, je inhield, de lieve vrede bewaarde.
En dus leerde je:
Als ik mezelf volledig laat zien, verlies ik liefde.
En dat patroon blijft zich herhalen. Tot jij besluit: ik stop ermee.
Iedereen verlangt naar iemand die zichzelf is
Wat we écht zoeken in de liefde is geen perfectie. Het is echtheid. Iemand die zichzelf kent én zichzelf durft te zijn. Niet iemand die binnen de lijntjes kleurt, maar iemand die zegt:
“Dit ben ik. En ik heb iets te brengen.”
Want er is een wereld van verschil tussen deze energieën:
❥ “Ik kom iets halen” → liefde, bevestiging, goedkeuring
❥ “Ik kom iets brengen” → mijn vuur, mijn licht, mijn waarheid
Als jij daar zit en denkt: “Ik weet wie ik ben. En dit is wat ik kom brengen.”
Dan verandert alles. Je hoeft niets meer te bewijzen. Je wordt aantrekkelijk omdat je echt bent.
Wat helpt als jij je ‘te veel’ voelt?
Hier zijn vijf liefdevolle reminders die mij (en mijn coachees) steeds weer helpen:
1. Herken de plek waar je jezelf kleiner maakt
Waar hou jij je in? In dating, op werk, bij je familie?
Vraag jezelf: Pas ik me aan om liefde te krijgen, of ben ik hier gewoon niet op mijn plek?
2. Voel je lijf, niet alleen je hoofd
Voor mij is CrossFit echt een uitlaatklep. Niet nadenken, gewoon bewegen. Volledig in mijn lichaam. Dan zakt alles. Dan ben ik weer thuis bij mezelf. (En als het écht stormt in mijn systeem? Dan helpt douchen. Even letterlijk alles van me afspoelen.)
3. Zeg wat je voelt, zonder je te verontschuldigen
Je hoeft niet kleiner te worden om veilig te zijn. Zeg wat je raakt. Wat je verlangt.
Niet omdat je een reactie wilt, maar omdat jij het waard bent om gehoord te worden.
4. Omring jezelf met mensen die je aankunnen
Zoek mensen die niet weglopen voor jouw intensiteit, maar erin blijven. Niet: “Doe maar normaal.” Maar: “Wat mooi dat jij dit allemaal bent.”
5. Wees trouw aan jezelf, ook als het spannend is
Dát is moed. En dát is de weg naar echte liefde. Niet minder zijn, maar helemaal jezelf.
Toen ik zelf aan het daten was, lukte het me maar niet om écht te connecten. Ik zei: “Ik bén de jackpot!” — maar mijn gedrag straalde dat totaal niet uit. Ik zat in een soort slachtofferenergie. Te veel bezig met de ander, te weinig gegrond in mezelf. Totdat een goede vriend me op een dag aankeek en zei: “Ja klopt, Ing… maar gedraag je daar dan ook echt naar.”
Bam. Die kwam binnen. Dat was zo’n klikmoment. Vanaf dat punt ben ik mezelf stapje voor stapje serieuzer gaan nemen.
Dus aan jou wil ik zeggen: weet dat je het wél waard bent💛
Laat niemand je aanpraten dat je ‘te veel’ bent. Je bent precies goed. Voor de juiste persoon — en vooral voor jezelf.
En hoe die vraag ons klein houdt terwijl we verlangen naar echte liefde.
“Ben ik te veel?” Ik heb die vraag vaker gevoeld dan ik me misschien wil toegeven.
Te direct.
Te gevoelig.
Te uitgesproken.
Te aanwezig.
Te intens.
En weet je wat ik dan deed? Ik paste me aan. Ik lachte iets zachter. Ik stelde een vraag minder. Ik temperde mijn enthousiasme. Ik maakte mezelf kleiner — want stel dat iemand me echt zou zien… en weg zou lopen?
Maar hoe meer ik coach, hoe vaker ik zie dat ik niet de enige ben. Die vraag leeft bij zóveel vrouwen (en mannen trouwens ook). En meestal komt ze voort uit een diep verlangen: om erbij te horen. Geaccepteerd te worden. Geliefd te zijn. Maar… ten koste van jezelf.
Je bent niet te veel. Je bent gewoon op de verkeerde plek.
Ik denk dan aan het gedicht van Ev Yan Whitney: “The Too Much Woman”. Zij schrijft:
En ik voel dan:
Wat als het niet aan mij lag, maar aan de plek waar ik mezelf probeerde te verstoppen?
Wat als jij niet ‘te veel’ bent, maar gewoon nog niet bij iemand bent die je hele zijn kan ontvangen?
Wat er écht onder die ‘te veel’-vraag zit
In systemisch werk kijken we naar de oorsprong. Vaak ligt er een oud patroon onder:
→ Als kind was je gevoelig, maar kreeg je te horen dat je niet zo moest aanstellen.
→ Je enthousiasme werd ‘druk’ genoemd.
→ Je werd beloond als je je aanpaste, je inhield, de lieve vrede bewaarde.
En dus leerde je:
Als ik mezelf volledig laat zien, verlies ik liefde.
En dat patroon blijft zich herhalen. Tot jij besluit: ik stop ermee.
Iedereen verlangt naar iemand die zichzelf is
Wat we écht zoeken in de liefde is geen perfectie. Het is echtheid. Iemand die zichzelf kent én zichzelf durft te zijn. Niet iemand die binnen de lijntjes kleurt, maar iemand die zegt:
“Dit ben ik. En ik heb iets te brengen.”
Want er is een wereld van verschil tussen deze energieën:
❥ “Ik kom iets halen” → liefde, bevestiging, goedkeuring
❥ “Ik kom iets brengen” → mijn vuur, mijn licht, mijn waarheid
Als jij daar zit en denkt: “Ik weet wie ik ben. En dit is wat ik kom brengen.”
Dan verandert alles. Je hoeft niets meer te bewijzen. Je wordt aantrekkelijk omdat je echt bent.
Wat helpt als jij je ‘te veel’ voelt?
Hier zijn vijf liefdevolle reminders die mij (en mijn coachees) steeds weer helpen:
En ik voel dan:
Wat als het niet aan mij lag, maar aan de plek waar ik mezelf probeerde te verstoppen?
Wat als jij niet ‘te veel’ bent, maar gewoon nog niet bij iemand bent die je hele zijn kan ontvangen?
Wat er écht onder die ‘te veel’-vraag zit
In systemisch werk kijken we naar de oorsprong. Vaak ligt er een oud patroon onder:
1. Herken de plek waar je jezelf kleiner maakt
Waar hou jij je in? In dating, op werk, bij je familie?
Vraag jezelf: Pas ik me aan om liefde te krijgen, of ben ik hier gewoon niet op mijn plek?
2. Voel je lijf, niet alleen je hoofd
Voor mij is CrossFit echt een uitlaatklep. Niet nadenken, gewoon bewegen. Volledig in mijn lichaam. Dan zakt alles. Dan ben ik weer thuis bij mezelf. (En als het écht stormt in mijn systeem? Dan helpt douchen. Even letterlijk alles van me afspoelen.)
3. Zeg wat je voelt, zonder je te verontschuldigen
Je hoeft niet kleiner te worden om veilig te zijn. Zeg wat je raakt. Wat je verlangt.
Niet omdat je een reactie wilt, maar omdat jij het waard bent om gehoord te worden.
4. Omring jezelf met mensen die je aankunnen
Zoek mensen die niet weglopen voor jouw intensiteit, maar erin blijven. Niet: “Doe maar normaal.” Maar: “Wat mooi dat jij dit allemaal bent.”
5. Wees trouw aan jezelf, ook als het spannend is
Dát is moed. En dát is de weg naar echte liefde. Niet minder zijn, maar helemaal jezelf.
Toen ik zelf aan het daten was, lukte het me maar niet om écht te connecten. Ik zei: “Ik bén de jackpot!” — maar mijn gedrag straalde dat totaal niet uit. Ik zat in een soort slachtofferenergie. Te veel bezig met de ander, te weinig gegrond in mezelf. Totdat een goede vriend me op een dag aankeek en zei: “Ja klopt, Ing… maar gedraag je daar dan ook echt naar.”
Bam. Die kwam binnen. Dat was zo’n klikmoment. Vanaf dat punt ben ik mezelf stapje voor stapje serieuzer gaan nemen.
Dus aan jou wil ik zeggen: weet dat je het wél waard bent💛
Laat niemand je aanpraten dat je ‘te veel’ bent. Je bent precies goed. Voor de juiste persoon — en vooral voor jezelf.